
Gendergelijkheid is een fundamenteel recht. Het is een noodzakelijke voorwaarde voor armoedebestrijding, duurzame ontwikkeling, waardig werk en sociale samenhang.
Gendergelijkheid is de kern van millenniumdoelstelling 3. Maar er is nog werk aan de winkel. Uit cijfers blijkt dat ongelijkheid en discriminatie nog steeds is ingebed in sociaal-culturele en politieke systemen, niet alleen in onze partnerlanden maar ook in België. In België is slechts 35% van de federale parlementsleden een vrouw. 1 op 4 ministers is een vrouw. Sommige partnerlanden scoren beter. Zuid-Afrika bijvoorbeeld telt 45% vrouwelijke parlementsleden en 45% vrouwelijke ministers (2009). Op andere vlakken, zoals gezondheidszorg, ondervoeding, onderwijs en analfabetisme scoren onze partnerlanden dan weer slechter en is ondersteuning meer dan welkom.
Slechts 18 van 113 landen zullen er in 2015 in slagen om gendergelijkheid te realiseren in het primair en secundair onderwijs. Meer dan een half miljoen toekomstige moeders sterven jaarlijks tijdens de bevalling of door complicaties gedurende de zwangerschap. In een aantal Afrikaanse landen blijft genitale verminking een rituele praktijk, zijn vrouwen het grootste slachtoffer van geweldpleging tijdens conflicten en oorlogen en worden zowel jonge vrouwen als jonge mannen ingelijfd door rebellenlegers, gedrogeerd, getraumatiseerd en gemerkt voor heel hun leven.
Maar er zijn ook positieve cijfers. In sommige Afrikaanse landen blijken kinderen van moeders die minstens 5 jaar school hebben gelopen 40% meer kans te hebben om de leeftijd van 5 jaar te bereiken. Voor sub-saharaans Afrika werd berekend dat de landbouwproductie met 20% kan stijgen indien vrouwen makkelijker toegang krijgen tot landbouwgrond, zaaigoed en meststoffen. Ook blijkt dat vrouwen 90% van hun inkomen opnieuw investeren in hun gezinnen en hun gemeenschap.
BTC integreert het genderaspect in alle projecten en programma’s (gendermainstreaming).Tegelijkertijd worden specifieke projecten opgestart rond empowerment en een grotere zelfstandigheid van vrouwen. In de streek van Dosso in Niger loopt een programma dat vrouwen individueel en collectief ondersteunt met het oog op het toekennen van kredieten en het opstarten van inkomensverwervende activiteiten. Alfabetiseringscursussen voor vrouwen en mannen zijn daarbij een must. BTC voert ook projecten uit uit ter ondersteuning van de deelname van vrouwen aan processen van conflictpreventie, vredesopbouw en reconstructie van het sociaal-economische en politieke leven.
BTC wil de komende jaren bijzondere aandacht besteden aan opleiding van zijn personeel in België en het buitenland zodat in alle activiteiten rekening wordt gehouden met de genderdimensie. BTC komt hiermee tegemoet aan de bepalingen van de wet van januari 2009, die tot doel heeft de genderdimensie in de Belgische federale beleidsstructuren te integreren. Gendergelijkheid is niet langer een vrijblijvend engagement.
Als je het hebt over water in Senegal kan je niet om de Verenigingen van waterputgebruikers (Associations des Usagers des Forages/ASUFOR) heen. Zij bepalen in deze sector het beleid. Op het platteland beheren deze ASUFORs de winning en de verdeling van water, evenals het onderhoud van de installaties en de uitrusting. Hoewel vrouwen de belangrijkste gebruikers zijn, wegen zij weinig door in de beleidsorganen. We laten het woord aan Ami Colle Mbodj, voorzitster van de ASUFOR van Ouadiour in Fatick.
Elile Torres García is een energieke Peruaanse vrouw uit de hooglanden van Ayacucho. Al twintig jaar leidt ze een ambachtelijk lederbewerkingsbedrijf met de naam Sumaq Qara (‘Mooi Leer’ in het Quechua). Het bedrijf leidt lokale vrouwen op in lederbewerking en borduurwerk om hen zo een betere toekomst te bieden.
De fototentoonstelling ‘Mirada de Mujeres, Mujeres en la Mirada’ (‘Een blik van vrouwen, een blik op vrouwen) is op 8 maart 2011, Wereldvrouwendag, geopend. De expositie wil een breed publiek sensibiliseren voor vrouwelijke inspraak in de Peruaanse samenleving. Meer dan 170 mensen woonden de feestelijke opening in het cultureel centrum van de universiteit van Huamanga bij.
Vrouwen in de Vietnamese provincie Hai Phong organiseren zich om manden te vlechten, het resultaat van een opleiding in ondernemerschap van het Vietnamees-Belgische kredietproject.
De Peruaanse regio’s Ayacucho, Apurimac en Huancavelica maken deel uit van wat men noemt de trapecio andino (de andestrapezium), een van de armste zones van het land. BTC heeft er een programma lopen voor integrale economische ontwikkeling. De belangrijkste doelstelling ervan is werkgelegenheid te scheppen voor de kleine producenten uit de plattelandszones en de inkomsten van de kleine streekbedrijven te verhogen. Op die manier wil het een langetermijnbijdrage leveren aan het terugdringen van de armoede.
Hulpcentra voor vrouwen, of de noodzaak van decentralisatie in Peru.
Tussen 1975 en 1979 ontmantelde het Rode Khmer-regime het Cambodjaanse onderwijssysteem en roeide daarbij ook alle leraren uit. Er bleven voor het hele land maar 54 leerkrachten over. Dit cijfer alleen al illustreert de enorme uitdaging voor de overheid om opnieuw een degelijk onderwijssysteem uit te bouwen.
