Burundi
Burundi is al sinds zijn onafhankelijkheid in 1962 een partnerland van België. Alleen tijdens het door de internationale gemeenschap opgelegde embargo in de jaren ’90 was het partnerschap onderbroken.
De Burundese overheidsinstellingen hebben erg geleden onder de crisis die het land 15 jaar lang geteisterd heeft: bevriezing van de investeringen, opschorting van samenwerkingsprogramma’s, versnippering van personeel, verloedering van de infrastructuur…
De landbouwsector dekt 95% van de voedselbehoeften en stelt bijna 90% van de actieve bevolking tewerk. Maar structurele problemen zoals een lage productiviteit, versnippering van de gronden, beperkte kennis in waterbeheer, en problemen in de verwerking en bewaring van producten stonden de groei van de landbouw in de weg. Op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg vormen de overbelasting van de instellingen en het gebrek aan bekwaam personeel de twee voornaamste uitdagingen.
België concentreert zijn activiteiten vanaf 2010 op drie sectoren:
- Gezondheidszorg
- Onderwijs
- Landbouw
In het algemeen is de Belgische hulp aan Burundi gericht op:
- het stimuleren van een positieve institutionele omgeving
- het verbeteren van het sectoraal bestuur
- capaciteitsopbouw en opleiding van het personeel
- het medefinancieren van de sector via een sectoraal financieringsinstrument.
De Belgische ontwikkelingssamenwerking versterkt de sectorale strategieën van de Burundese regering. Zij wil Burundi helpen om de middelen te vinden voor de maatregelen en hervormingen die het land wil doorvoeren. Bedoeling is om de efficiëntie van de nationale systemen te versterken.
Het onderdeel ‘goed bestuur’ zal in de komende jaren geleidelijk afgebouwd worden, maar het instellen van een rechtsstaat, de versterking van justitie en de modernisering van de overheidsadministratie blijven centraal staan in de Belgische ontwikkelingssamenwerking.


