DR Congo

De Democratische Republiek Congo is het grootste land van Centraal-Afrika. Ondanks de grote verscheidenheid aan natuurlijke rijkdommen is het toch een van de armste landen ter wereld. De sociale ongelijkheden zijn er schokkend.

De bilaterale ontwikkelingssamenwerking tussen België en Congo werd in 2000 heropgestart, na negen jaar opschorting. Sindsdien hebben de activiteiten zich verveelvoudigd in verscheidene sectoren: infrastructuur, gezondheidszorg, institutionele ondersteuning en goed bestuur, gemeenschapsontwikkeling, onderwijs.
Met een jaarlijks budget van ongeveer 65 miljoen euro is Congo de belangrijkste partner van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Er is beslist om vanaf 2010 de actiedomeinen geografisch in te perken en de interventies zo doeltreffender te maken. Het programma zal zich concentreren op drie sectoren:

  1. landbouw
  2. plattelandsontwikkeling
  3. technisch en beroepsonderwijs

Meer dan 80% van de Congolezen leven in een landelijke omgeving. De landbouw is de belangrijkste economische sector en staat in voor 56 % van het BBP. België ondersteunt de landbouwontwikkeling en dit op twee niveaus. Enerzijds helpt ze om kwaliteitsvol landbouwzaad beschikbaar te stellen, anderzijds werkt ze mee aan de ontsluiting van productiezones door plattelandswegen en rivierveerboten in goede staat te herstellen. Dit vergemakkelijkt het voedseltransport naar de consumptiecentra en stimuleert de productie, de handel en de kleine plattelandsindustrie.

De ontwikkelingssamenwerking ondersteunt ook de professionele vorming van de jeugd. De heropbouw en duurzame ontwikkeling van het land zijn immers afhankelijk van de beschikbaarheid van arbeidskrachten en bekwame technici.

Om die ontwikkelingsdoelstellingen te bereiken, werkt België samen met andere donoren zoals de Europese Unie en de Wereldbank mee aan multilaterale programma’s op het vlak van gezondheidszorg, onderwijs en bestuur.

De Belgische expertise staat ook ter beschikking van ontwikkelingsagentschappen die op zoek zijn naar een kwaliteitsvolle dienstverlener om hun projecten uit te voeren. Zo lopen er verschillende projecten voor plattelandswegen (district van Kabinda) en drinkwatertoevoer (in de rand van Kinshasa en Mbujimayi) voor rekening van de Britse ontwikkelingssamenwerking en het Franse ontwikkelingsagentschap.
 

Casestudy's

Goed gerookte vis moet meer opbrengen | Congo

Aan het Kibakabaka-meer, bij de Zambische grens, verwerken de vissers hun visserijproducten nog met primitieve technieken. Daardoor blijft de vis slechts beperkt houdbaar, hoogstens een maand, en vallen de verschroeide vissen in stukken uiteen tijdens het transport naar de grote markten. Resultaat: een erg lage verkoopprijs in Kibakabaka waardoor de vissers niet genoeg verdienen om hun familie te onderhouden.


Onderwijs in Congo: handboeken voor leerlingen en leerkrachten

In de Democratische Republiek Congo (DRC) hinkt het onderwijs achterop door de vele moeilijkheden waarmee het geconfronteerd wordt. De competenties van het onderwijzend personeel zijn onvoldoende ontwikkeld bij gebrek aan pedagogisch materiaal en door het ontbreken van voortgezette opleiding. De leerlingen moeten de weinige schoolboeken onder elkaar delen… Sommige leerlingen uit het lager onderwijs hebben zelfs nooit een boek in de hand gehad.


Het Congolese woud, goed beheer en houthandel: FLEGT!

De landen van de Europese Unie blijven één van de voornaamste invoermarkten van tropisch hout. In 2007 bijvoorbeeld was 80% van het officieel uit de Democratische Republiek Congo (DRC) uitgevoerde hout voor deze markt bestemd. De Europese publieke opinies maken zich echter zorgen over de impact die hun consumptie van tropisch hout in de producerende landen heeft. 


Strijd tegen de slaapziekte

Duizenden boeren, vissers, vrouwen en kinderen in Congo die gestoken worden door de tseetseevlieg, zijn mogelijke slachtoffers van de slaapziekte. Vanwege de soortgelijke symptomen en gevolgen, is de ziekte ook bekend onder de naam 'plattelandsaids'.


Sanering Kinshasa

Wie van Kinshasa houdt, weet dat de stad die vroeger “Kin la belle” werd genoemd zo vuil is geworden dat ze haar bijnaam “Kin la poubelle” wel waard is. Toch is het indrukwekkend om te zien hoe de openbare diensten zich inspannen om deze stad schoon te maken en haar terug enige waardigheid te geven.