Efficiëntie van de hulp

De afgelopen tien jaar zijn aanzienlijke inspanningen geleverd om de kwaliteit van ontwikkelingshulp te verbeteren. Daarbij werd gezocht naar methodes die nauwer aansluiten bij de behoeften van de ontwikkelingslanden zelf.

Tezelfdertijd beloofden de donoren om de hulp de komende jaren fors op te voeren.

Verklaring van Parijs

In maart 2005 kwamen meer dan honderd landen in Parijs overeen om een concreet schema op te stellen voor efficiënte hulp. In Parijs is voor het eerst overeenstemming bereikt om de kwaliteitsverbetering van de hulp te gaan meten. Dat gebeurt aan de hand van twaalf indicatoren en concrete streefcijfers volgens een afgesproken tijdschema.

De Verklaring van Parijs is gebaseerd op vijf principes.

  1. Ownership (toe-eigening). De partnerlanden ontwikkelen zelf hun ontwikkelingsbeleid en hun plannen om de armoede te bestrijden. De donorlanden aanvaarden dat het partnerland de leiding neemt om zijn beleid tot uitvoering te brengen.
  2. Afstemming van de hulp. De donoren verbinden zich ertoe om hun ontwikkelingshulp af te stemmen op de nationale strategieën, instellingen en procedures. Wanneer de donoren vinden dat de systemen en procedures nog onvoldoende betrouwbaar zijn, moeten ze proberen daar iets aan te doen in plaats van ze verder te verzwakken door parallelle structuren te creëren. De partnerlanden van hun kant aanvaarden dat de versterking van hun eigen capaciteiten met de hulp van de donoren essentieel is voor hun ontwikkeling.
  3. Harmonisering. De donoren moeten hun respectieve interventies rationaliseren om de collectieve ontwikkelingshulp efficiënter te maken. Daarbij zijn transparantie en complementariteit essentiële principes opdat het werk optimaal kan worden verdeeld.
  4. Resultaatgericht beheer. De hulp moet gericht zijn op de beoogde resultaten en de beschikbare informatie moet worden gebruikt om het beslissingsproces te verbeteren.
  5. Wederzijdse verantwoordelijkheid. De donorlanden en de partnerlanden analyseren samen de resultaten van de inspanningen; daarvoor gebruiken ze de bestaande mechanismen in het partnerland.

Deze principes lijken logisch en eenvoudig, maar toch blijft het een grote uitdaging om de hulp te harmoniseren en af te stemmen. Er zijn maar heel weinig ontwikkelingslanden waarvan de systemen en instellingen beantwoorden aan de kwaliteitsnormen van de donoren. Het vermogen van heel wat partnerlanden om meer hulp aan te kunnen, is twijfelachtig. Dat maakt dat capaciteitsversterking en interventies om de lacunes aan te vullen van essentieel belang zijn om een geschikte omgeving te creëren waarin die principes in de praktijk kunnen worden gebracht.

België volgt deze trend. Ons land wil de conclusies van alle recente forums over ontwikkelingssamenwerking toepassen, ook de Verklaring van Parijs. Het geeft steeds meer steun aan acties die goed bestuur bevorderen, ook in verscheidene kwetsbare staten, waarbij de wens bestaat om de expertise op dat vlak nog verder te ontwikkelen.

Accra High Level Forum

Meer dan 1700 deelnemers onder wie meer dan 100 ministers en vertegenwoordigers van agentschappen van ontwikkelingslanden en donorlanden, groei-economieën, de VN en multilaterale instellingen, wereldfondsen, stichtingen, en 80 middenveldorganisaties woonden het derde High Level Forum over hulpdoeltreffendheid bij in Accra, Ghana, van 2 tot 4 september 2008.

Het was de gelegenheid om te evalueren hoe ver het stond met de implementatie van de Verklaring van Parijs.

De Accra Agenda for Action (AAA), goedgekeurd in Accra op 4 september, drukt het internationale engagement uit om de hervormingen te ondersteunen die een doeltreffend gebruik van ontwikkelingshulp moeten versnellen en de MOD’s tegen 2015 moeten helpen verwezenlijken. De AAA is het resultaat van een uitgebreid consultatieproces en onderhandelingen tussen landen en ontwikkelingspartners. Het focust de agenda van de hulpefficiëntie op de voornaamste technische, institutionele en uitdagingen die zich stellen om de principes van Parijs volledig te kunnen toepassen.

Belangrijkste punten van de AAA:

  • Voorspelbaarheid – ontwikkelingslanden zullen de link tussen openbare uitgaven en resultaten versterken, en donoren zullen de partnerlanden meer zekerheid geven over het aantal jaren dat ze op hulp kunnen rekenen.
  • Ownership of eigenaarschap – regeringen van ontwikkelingslanden zullen meer in dialoog treden met parlementen en middenveldorganisaties.
  • Landensystemen – de systemen van de partnerlanden zullen gebruikt worden om hulp te verlenen eerder dan de donorsystemen, en donoren zullen hun plannen over een verhoogd gebruik van de landensystemen delen.
  • Conditionaliteit – donoren stellen niet langer hun eigen voorwaarden maar verbinden condities aan de ontwikkelingsdoelen die het ontwikkelingsland zelf vooropgesteld heeft.
  • Hulp ontbinden – donoren werken individuele plannen uit om hun hulp verder ongebonden te maken.
  • Hulpversnippering tegengaan – donoren komen overeen om zo weinig mogelijk nieuwe hulpkanalen te creëren, en donoren en landen zullen werken aan een taakverdeling onder leiding van het land zelf.
  • Partnerships – alle actoren worden aangemoedigd om de principes van de Verklaring van Parijs toe te passen, en de waarde van Zuid-Zuidsamenwerking wordt erkend.
  • Transparantie – donoren en landen gaan grotere inspanningen leveren om wederzijdse evaluatiereviews in te stellen tegen 2010. Die reviews vragen meer betrokkenheid van het parlement en de burgers en zullen aangevuld worden met geloofwaardig onafhankelijk bewijs.