Werken aan gelijkheid tussen mannen en vrouwen in de Andes
De Peruaanse regio’s Ayacucho, Apurimac en Huancavelica maken deel uit van wat men noemt de trapecio andino (de andestrapezium), een van de armste zones van het land. BTC heeft er een programma lopen voor integrale economische ontwikkeling. De belangrijkste doelstelling ervan is werkgelegenheid te scheppen voor de kleine producenten uit de plattelandszones en de inkomsten van de kleine streekbedrijven te verhogen. Op die manier wil het een langetermijnbijdrage leveren aan het terugdringen van de armoede.
Het programma werkt vanuit twee invalshoeken. Enerzijds wordt er gewerkt met de gemeenten, door hun bureau voor lokale economische ontwikkeling te versterken. Anderszijds wordt er getracht de verschillende sectoren in de regio te versterken: de melksector, de aardappel, de tara (veelzijdige plant, vooral gebruikt om taragom te produceren), kiwicha (graan), de avocado, alpacawol, keramiek en textiel. In het totaal ondersteunt het programma 3800 gezinnen die opleidingen en technische bijstand krijgen om hun verenigings- en ondernemersgeest te stimuleren.
Een diagnose van het project heeft blootgelegd dat vrouwen amper deelnemen aan economische activiteit. Er blijken twee soorten situaties te bestaan. Enerzijds heb je de vijf sectoren waar de man verantwoordelijk is voor de productie, al speelt de vrouw daar zeer vaak een ‘ondersteunende’ rol. (voornamelijk landbouwsectoren: kiwicha, aardappel, tara, advocado en keramiek).
Anderzijds heb je drie sectoren (veeteelt – zuivel en alpaca – en textiel) waar de productieactiviteit gemengd is. Dat betekent dat de vrouw diegene is die de activiteit uitvoert, maar dat de man diegene is die ze beheert en erover beslist. Dat is bijvoorbeeld het geval in de melksector, waar de vrouwen het grootste deel van de tijd met de kudde doorbrengen. Het zijn echter de mannen die de melk verkopen en het geld innen, het zijn de mannen die lid zijn van de producentenverenigingen en de beslissingen nemen. In beide gevallen speelt de vrouw, al is ze wel aanwezig, een ondergeschikte rol.
In de gendermainstreaming-strategie van het programma werd beslist om de obstakels uit de weg te ruimen die verhinderen dat vrouwen voluit deelnemen aan economische activiteiten. De betrokkenen bij het programma, zoals de begunstigden, producenten en gemeentelijke ambtenaren, moeten gesensibiliseerd worden zodat het inkomen van de vrouwen en hun beslissingsmacht vergroot wordt, met andere woorden dat de ruimte kan gecreëerd worden waar zij recht op hebben in het economisch leven.
Tegen die achtergrond lanceerde het programma op 8 maart 2010, ter gelegenheid van wereldvrouwendag, een sensibiliseringscampagne met de titel ‘Samen bouwen aan gelijkheid tussen mannen en vrouwen’. De campagne bestaat uit een reeks affiches die verdeeld worden onder de gemeenten, producentenverenigingen en bedrijven. De affiches dragen twee boodschappen uit. De eerste boodschap onderstreept dat gendergelijkheid de zaak is van iedereen gezien het een voorwaarde is voor vooruitgang, voor ontwikkeling (affiche 1). De tweede boodschap is dat deze gelijkheid niet moeilijk te verwezenlijken is, maar in tegendeel tot stand kan komen via kleine dagdagelijkse handelingen, die op affiches 2 en 3 voorgesteld worden.
De campagne werd voorgesteld en positief onthaald tijdens een evenement waar de lokale overheden, de begunstigden en medewerkers van het programma verzameld waren. Tijdens datzelfde evenement ontvingen acht vrouwen een onderscheiding, acht dynamische deelneemsters van het programma die het pad effenen naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen.



