Rwanda - Wanneer je een ballon te hard opblaast …

Marie-Jeanne Ingabire is 25. Ze is filmregisseuse maar ook ondervoorzitster voor honderden vrijwilligers Eerste Hulp van het Rwandese Rode Kruis. Op 13 april vond de slotceremonie plaats van de herdenkingsweek van de Genocide. Op de Reberoberg in Kigali stromen honderden Rwandezen toe om samen te bezinnen, om naar getuigenissen te luisteren, om vooral niet te vergeten…

Vrijwilligers staan klaar om zich te ontfermen over mensen wiens trauma’s terug boven dreigen te komen door dit erg emotionele evenement. Voor het derde jaar op rij kregen deze vrijwilligers een speciale opleiding van het nationaal programma voor mentale gezondheid, ondersteund door België, om deze mensen ter plaatse zo goed mogelijk te helpen en de gevallen eruit te kunnen halen die naar gespecialiseerde instellingen overgebracht moeten worden.

Naar deze mensen luisteren en hen laten voelen dat ze er niet alleen voor staan, dat is voor Marie-Jeanne het allerbelangrijkste. Zij is altijd al op zoek geweest naar manieren om anderen te helpen en kan dankzij de vorming nu beter de verschillende graden van ernst van de trauma’s onderscheiden en de meest geschikte methodes gebruiken om het probleem aan te pakken. Wanneer iemand uit de menigte wordt gehaald en naar de tenten van het Rode Kruis wordt geleid, moeten de vrijwilligers de symptomen van het trauma kunnen beoordelen (hevige angstaanval, staat van opwinding, van shock, zinsverbijstering, zelfverminkend of suïcidaal gedrag …) om er zo doeltreffend mogelijk op te reageren.

Gezien de cijfers van vorig jaar, wordt deze psychologisch opvang des te belangrijker. Tussen 7 en 13 april 2010 werden in Kigali alleen al 382 mensen opgevangen op de plaats van herdenking (waarvan 80% vrouwen) en 25% van hen werden overgebracht naar gespecialiseerde zorginstellingen. De districtsziekenhuizen in de verschillende provincies van het land vingen 2502 mensen op.

Na zeventien jaar zijn de wonden nog steeds niet geheeld. Meestal weten de mensen niet waaraan ze lijden en ze beseffen niet dat ze getraumatiseerd zijn, wat soms zelfs kan leiden tot afwijkend gedrag. Deze herdenkingen brengen deze trauma’s vaak terug aan de oppervlakte. “Het is zoals een ballon die je te hard opblaast, uiteindelijk ontploft hij altijd”. Met deze vergelijking illustreert Marie-Jeanne het belang van psychologische opvang en onderstreept ze dat het goed is dat mensen op dergelijke gelegenheden ‘ontploffen’, ze zijn er immers niet alleen, ze kunnen er al hun opgekropte gevoelens uiten en eindelijk behandeld worden.

Na een hele voormiddag menselijke warmte en troost geboden te hebben, kan ze zeggen: “trots te zijn te helpen en bij iemand verbetering te merken”. Ze zou ook haar opleiding mentale gezondheidszorg willen voortzetten om te begrijpen wat er in de hersenen gebeurt bij trauma’s want “je kan een organisme niet juist behandelen als je niet weet hoe het werkt”. Ze is ook van plan een documentaire te maken over mentale gezondheid in Rwanda. Die moet ‘de mensen een spiegel voorhouden’ zodat ze hun symptomen kunnen herkennen en geïnformeerd worden dat er, als ze tekenen van trauma’s tonen, structuren zijn om hen te helpen.

Commission Nationale de Lutte contre le Génocide