
In de Democratische Republiek Congo (DRC) hinkt het onderwijs achterop door de vele moeilijkheden waarmee het geconfronteerd wordt. De competenties van het onderwijzend personeel zijn onvoldoende ontwikkeld bij gebrek aan pedagogisch materiaal en door het ontbreken van voortgezette opleiding. De leerlingen moeten de weinige schoolboeken onder elkaar delen… Sommige leerlingen uit het lager onderwijs hebben zelfs nooit een boek in de hand gehad.
Manuels scolaires au Congo from BTC - Belgian Development Agency on Vimeo.
Om het niveau van het Congolees lager onderwijs op te krikken, voert BTC sinds 2006 twee complementaire projecten uit. Het eerste project leverde schoolboeken voor Frans en wiskunde aan klassen van het derde en vierde leerjaar. Het tweede project was gericht op de opleiding van de leerkrachten om deze handboeken te gebruiken.
In totaal werden zeven miljoen handboeken uitgedeeld in meer dan 31.000 erkende publieke, gesubsidieerde en privé-scholen. De handboeken en de pedagogische handleidingen werden eerst in Kinshasa, Lubumbashi en Goma geleverd. Daar werden ze eerst per school verpakt en vervolgens per subdivisie van het Lager, Secundair en Beroepsonderwijs (EPSP) samengevoegd.
Per vliegtuig, vrachtwagen, boot, motor, fiets, prauw en soms zelfs te voet… Al die vervoersmiddelen werden gebruikt om de handboeken in de verschillende subdivisies te krijgen. Vervoerders werkten onvermoeibaar om het schoolmateriaal op zijn bestemming te brengen. Gezien de grote afstanden en de slechte staat van de wegen, duurde het minstens zes maanden om alle handboeken in alle subdivisies af te leveren en nog eens twee maanden om alle scholen van het land te bereiken.
“Les champions en français” en “Jénovic, Muntu et les mathématiques” zijn handboeken die door het Ministerie van Onderwijs goedgekeurd werden en die voldoen aan het nationaal programma van het Congolees onderwijs. Deze boeken volgen de methode van de actieve pedagogie en de competentiebenadering. Daarbij moet een kind niet alleen zaken van buiten leren en reproduceren, maar wordt het ook aangezet om situaties te observeren en te analyseren om daarna zijn competenties te gebruiken om die op te lossen.
Het project doet ook aan sensibilisering rond de kosteloosheid van de boeken, over hoe ze met zorg bewaard moeten worden zodat ze langer meegaan. Ze blijven eigendom van de school, die ze ter beschikking stelt van de leerlingen en van de leerkrachten die opgeleid werden om ze te gebruiken.
Die opleiding gebeurde in drie fases. Om te beginnen werden 16 opleiders bijgeschoold. Zij vormden 2080 leerkrachtenopleiders, die op hun beurt 110.000 leerkrachten en directeurs opleidden. Tot mei 2010 werden 34.000 leerkrachten en directeurs uit tien onderwijsprovincies opgeleid.
Om de verdeling van de handboeken en de opleiding van de leerkrachten te superviseren, organiseerde het BTC-team vanaf oktober 2009 een aantal terreinbezoeken, tot in de verste uithoeken van het land. Een moeilijke taak, gezien de enorme uitgestrektheid van het grondgebied en de slechte staat van de wegen. Soms komen de supervisoren op plaatsen waar geen water, geen elektriciteit en geen wegen zijn, met een motor als enig vervoermiddel. In weer en wind leggen ze soms enorme afstanden af. Sommigen onder hen zijn meer dan eens vastgereden en moesten dan in een onbekend dorp onder de sterrenhemel overnachten. Gevraagd waarom ze zo veel moeite doen, antwoorden ze met overtuiging: “Dat is de prijs die betaald moet worden om het Congolees onderwijs te verbeteren!”

