
Hulpcentra voor vrouwen, of de noodzaak van decentralisatie in Peru.
In samenwerking met de Belgische ontwikkelingssamenwerking heeft het ministerie van de vrouw en van sociale ontwikkeling een programma lopen tegen familiaal en seksueel geweld. In dat kader is de problematiek van de decentralisatie en de slachtofferhulp bijzonder relevant. Een van de uitdagingen van het programma is zich binnen het bereik te plaatsen van een groter aantal personen in uitgestrekte, bergachtige departementen met gebrekkige transportmiddelen.
Onnodig te vermelden dat het programma zelf ook cultureel gevoelige en niet aanvaarde problemen aanpakt. Het doelpubliek bestaat hoofdzakelijk uit vrouwen en kinderen, slachtoffer van moreel en/of fysiek geweld, die in armoede leven in heel moeilijk bereikbare gebieden (zowel voor personen en levensmiddelen als voor gezondheidszorg of onderwijs), waar nog angst voor het terrorisme heerst - Ayacucho, Apurímac, Huancavelica.
Vanuit de optiek van decentralisatie en slachtofferhulp, sluit het programma aan bij het initiatief van het ministerie van de vrouw en van sociale ontwikkeling om noodcentra voor vrouwen (CEM) op te richten. Die centra zijn de enige steunpunten van het ministerie buiten Lima die psychologische en juridische bijstand verlenen. In tegenstelling tot wat hun naam doet vermoeden, richten ze zich niet uitsluitend tot vrouwen maar zij blijven wel de voornaamste doelgroep (in 2008 telde het centrum van Ayacucho per 500 personen aan wie ze zorg verleenden 427 vrouwen).
De noodcentra voor vrouwen werden opgericht in 2001. Vandaag zijn er 49 over het hele Peruviaanse grondgebied waarvan 10 in de departementen waar de Belgische ontwikkelingssamenwerking actief is: Ayacucho, Apurímac en Huancavelica. Elk noodcentrum is op dezelfde manier georganiseerd en biedt dezelfde dienstverlening: opname, sociale, psychologische en juridische bijstand.
Bovendien beschikken ze allemaal over een promotie- en communicatiedienst die de noodcentra ter plaatse bekend moet maken via workshops en lezingen, en de verspreiding van affiches. De promotiedienst moet ook lobbywerk doen zodat de problematiek van familiaal en seksueel geweld eindelijk gekend en erkend wordt en een plaats krijgt op de politieke agenda.
Ondanks het feit dat de medewerkers van de noodcentra voor vrouwen werken rond zeer gevoelige thema’s waar het moeilijk mee omgaan is, slagen ze erin om met hun professionalisme, toewijding en motivatie dit obstakel te overwinnen. Wat volgens hen echter veel moeilijker te overwinnen is, is het gebrek aan erkenning en het fundamentele tekort aan personeel en financiële middelen.